Behandeling van blaaskanker

U bevindt zich hier: Blaaskanker Ľ Behandeling blaaskanker Ľ Niet-spierinvasieve blaaskanker

Behandeling van niet-spierinvasieve blaaskanker

Bij een niet-spierinvasieve tumor zijn de volgende behandelingen nodig:

  • TUR (transurethrale resectie)
  • blaasspoeling (blaasinstillatie)
  • laserbehandeling

TUR

Bij een TUR wordt een hol buisje in de plasbuis ingebracht, en hier doorheen een instrument, de resector. Dit bestaat uit een metalen lisje (een gebogen draadje) dat naar de tumor te brengen is. Met behulp van elektrische stroom op dit lisje wordt de tumor vervolgens in gedeelten weggesneden.

Terugkerende tumor (recidief)
Nadat de tumor door middel van een TUR is verwijderd, is er 60-70% kans dat de ziekte binnen een jaar terugkeert. Dit wordt een recidief genoemd. Daarbij geldt dat hoe kwaadaardiger de tumor is, hoe groter de kans op een recidief. In principe kan de tumor opnieuw met een TUR worden verwijderd. Om het risico op een recidief te verkleinen, wordt vaak voor een aanvullende behandeling in de vorm van blaasspoelingen gekozen.

Vanwege de kans op een recidief wordt er op de polikliniek regelmatig een cystoscopie uitgevoerd. In het eerste jaar na behandeling om de 3-4 maanden, daarna om het half jaar en tenslotte jaarlijks.

Blaasspoeling

Komt de oppervlakkige tumor vaak terug, dan kan worden geprobeerd het risico op terugkeer te beperken. Dit gebeurt met blaasspoelingen. Daarbij wordt via een katheter een tumordodend middel ingebracht, wat vervolgens 1 uur in de blaas blijft. Het gebruikte medicijn en de hoeveelheid blaasspoelingen hangen af van het risico op terugkeer van de tumor. De spoelingen vinden ťťn keer per week gedurende een periode van zes weken plaats. De vervolgbehandeling duurt een tot drie jaar, waarbij het medicijn maandelijks tot driemaandelijks wordt toegediend.

Medicijnkeuze bij een blaasspoeling
Bij blaasspoelingen zijn er twee soorten medicijnen:

  • Celdodende en celdelingremmende medicijnen (cytostatica)
  • Medicijnen die een afweerreactie tegen kankercellen stimuleren (immunomodulatoren)

Bijwerkingen van blaasspoeling
Afhankelijk van het gebruikte medicijn geven blaasspoelingen kans op bijwerkingen. Dit kunnen de volgende zijn:

  • Vaak moeten plassen met een geringe hoeveelheid urine
  • Pijn tijdens het plassen
  • Bloed in de urine (rode tot bruine verkleuring door bloeding van het blaasslijmvlies)

Na de laatste spoeling verdwijnen deze bijwerkingen vrijwel direct.

Bij gebruik van de immunomodulator BCG (oorspronkelijk een vaccin tegen tuberculose dat echter ook bij blaaskanker werkt als immunotherapie), komen bovendien onder andere de volgende bijwerkingen voor:

  • misselijkheid
  • blaasontsteking
  • koorts en griepachtige verschijnselen

Ook deze bijwerkingen verdwijnen zodra met de behandeling wordt gestopt. In een aantal gevallen moet de kuur met blaasspoelingen voortijdig worden gestopt vanwege de bijwerkingen. Tijdens de kuur wordt er regelmatig urineonderzoek gedaan om een urineweginfectie uit te sluiten. Wanneer er toch een urineweginfectie blijkt te zijn, dan wordt dit eerst met antibiotica behandeld en de blaasspoeling op een later tijdstip gegeven.

Laserbehandeling

Wanneer er tijdens de blaascontroles incidenteel enkele kleine recidieven worden waargenomen, kunnen die poliklinisch met laser worden weggebrand. De behandeling wordt uitgevoerd met een cystoscoop via de plasbuis. Anesthesie is hier niet voor nodig. -->


(Advertentie)



Advertentie
Print deze pagina uit Print deze pagina
Voeg Blaaskanker.nl toe aan je favorieten! Favorieten
(advertenties)