De blaas

U bevindt zich hier: Blaaskanker Ľ De blaas

De blaas

Urine komt via de urineleiders vanuit de nieren in de blaas terecht. De blaas is de tijdelijke opslagplaats van urine. Om te voorkomen dat de urine direct het lichaam verlaat, beschikt de blaas over een sluitspier. Normaal gesproken staat daar spanning op, zodat hij dicht blijft. Op het moment dat de blaas vol begint te raken, ontstaat er druk op het driehoekje tussen de plasbuis en de twee urineleiders, het trigonum. Dit is het signaal naar de hersenen dat het tijd is voor een bezoekje aan het toilet. Zou dat om een of andere reden niet op tijd gebeuren, dan zal het lichaam de zaak overnemen en wordt de blaas vanzelf geleegd.

Tijdens het plassen verlaat de urine het lichaam via de urinebuis. Ook daarbij speelt de blaas een rol. De blaaswand is namelijk voorzien van een spierlaag, die helpt bij het uitdrijven van de urine. Tijdens het plassen is de sluitspier van de blaas ontspannen, zodat de urine kan worden geloosd. Door de buikspieren aan te spannen tijdens het plassen, wordt de blaas niet efficiŽnter geledigd: hoewel de urine in een krachtiger stroom het lichaam verlaat, worden ook de spieren van de plasbuis wat samengeknepen waardoor de urine juist moeilijker de blaas uit komt.

Dit klinkt allemaal tamelijk ingewikkeld, maar in feite komt er geen denkwerk aan te pas. Alles wordt automatisch geregeld. Babyís en incontinente mensen hebben geen controle over de sluitspier van de blaas. Zij kunnen het moment waarop de urine wordt geloosd niet zelf bepalen. -->


(Advertentie)



Advertentie
Print deze pagina uit Print deze pagina
Voeg Blaaskanker.nl toe aan je favorieten! Favorieten
(advertenties)